##### De ruimtes rondom kerken, die vroeger door een lokale gemeenschap werden gebruikt, raken door hekken en parkeerplekken hun openbare karakter kwijt. Architect Martijn Honselaar en ontwerper Jacqueline Moors pleiten voor een herwaardering van de ‘tussenruimte’ van religieuze ensembles, waar bestaande én nieuwe gemeenschappen voet aan de grond kunnen krijgen.
Het is een zonnige middag in juni en architect Martijn Honselaar staat voor de Onze Lieve Vrouw Koningin van de Vredekerk in Tilburg. Het is een van de vele kerken die de stad rijk is. De kerk, in 1954 opgetrokken, is klein van stuk. Enkele meters voor het kerkgebouw zoeven de auto’s over de drukke Ringbaan-West. Tussen de kerk en de Ringbaan liggen nog een fietspad, een stoep en een klein kerkplein.
‘Het is dat kerkplein dat vroeger een belangrijke sociale functie vervulde’, vertelt Honselaar. ‘Hier kwam een stoet aan, hier hield een processie halt, hier kwamen mensen samen voor een begrafenis of een huwelijk. Dit was dus tot en met begin deze eeuw een belangrijke plek voor buurtbewoners om elkaar te ontmoeten voor allerlei verschillende gelegenheden.’ Maar ontmoeting faciliteert dit pleintje inmiddels nauwelijks meer.
Nadat de kerk een aantal jaar geleden werd verbouwd tot 39 appartementen en twee woningen, moest ook het kerkpleintje anders ingericht worden. Vanwege de parkeernorm werden er op het pleintje vijftien parkeerplekken voor bewoners aangelegd, inclusief parkeerbeugels. Ineens is nog maar de helft van het oorspronkelijke plein over. Elkaar op dit pleintje ontmoeten, zoals vroeger gebeurde, is er niet echt meer bij.
> _Deze plekken hadden vroeger heel veel redenen tot samenkomst in zich, maar worden nu opgeofferd
> _– Martijn Honselaar, architect
‘Dit is op veel plekken aan de hand’, zegt ontwerper openbare ruimte Jacqueline Moors. Zij en Honselaar signaleren dat er tientallen ruimtes in de stad en daarbuiten zijn, die vroeger door de lokale gemeenschap werden gebruikt, maar die nu deels of helemaal geprivatiseerd raken. De ‘tussenruimtes’, noemt het tweetal die. ‘Die plekken hadden vroeger heel veel redenen tot samenkomst in zich, maar worden nu opgeofferd voor parkeerplekken of gescheiden door hekken.’
#### De lichte gemeenschap
Het gaat niet alleen om de pleintjes die voor kerken liggen, maar ook om voormalige kloostertuinen, schoolpleinen, speelplekken en andere open ruimtes die tussen en rond religieuze gebouwen in lagen. Het geloof dicteerde in Brabant tenslotte lang hoe de openbare ruimte eruit zag: rondom een kerk waren vaak een pastorie, een patronaatsgebouw, katholieke scholen en een klooster aanwezig.
Langs een paadje dat achter de Broekhovense kerk doorloopt vind je zowel hekken als parkeerplaatsen. 📸 Jacqueline Moors en Martijn Honselaar
‘Binnen in die gebouwen werd gedicteerd hoe je tegen de wereld aan moest kijken. Dat was op school zo, in het patronaatsgebouw en in de kerk’, legt Honselaar uit. ‘In de ruimtes ertussen kon je elkaar veel informeler ontmoeten. Als je buiten liep, zat je wat minder in dat keurslijf van de kerk. Op die pleinen gingen mensen elkaar verhalen vertellen; dáár werd er op een meer persoonlijk niveau aan de gemeenschap gebouwd.’
Zulke ‘zware’ religieuze gemeenschappen als toen kennen we inmiddels allang niet meer. Maar de twee ontwerpers vinden het desalniettemin noodzakelijk om de buitenruimtes te koesteren, zodat de gemeenschappen van nu er een plek kunnen vinden. ‘Die gemeenschappen zijn veel kortstondiger: kinderen die met elkaar spelen omdat ze bij elkaar op school zitten, buren die samen een borrel organiseren of collega’s die met elkaar gaan lunchen. Het zijn die tussenruimtes die mensen kunnen uitnodigen elkaar gewoon eens te begroeten’, zegt Honselaar.
> _Een hek hoeft geen probleem te zijn; als je er bijvoorbeeld een poortje in maakt, maak je een gebied al een stuk toegankelijker
> _– Jacqueline Moors, ontwerper openbare ruimte
En te vaak gaat het daar mis, vinden de twee. Gebouwen uit een ensemble worden niet zelden individueel getransformeerd, bijvoorbeeld tot woningen of kantoren, en daarbij sneuvelt de gemeenschappelijke ruimte vaak voor privaat geluk. Op kerkpleinen worden parkeerplaatsen aangelegd, voormalige kloostertuinen verworden tot privé-tuinen en de poorten van het hek rond de schoolpleinen gaan ’s avonds dicht. De open ruimtes van weleer worden afgekaderde ruimtes, alleen toegankelijk voor wie er mag zijn.
#### Ruimte voor de gemeenschap
Daarmee gaan ontwikkelaars en architecten rechtstreeks in tegen de inborst van die plekken. De twee ontwerpers proberen nu een lans te breken om de tussenruimtes zo toegankelijk mogelijk te maken. ‘Ik vind het essentieel dat die plekken een openbaar of gemeenschappelijk karakter blijven houden’, zegt Moors. ‘Een hek hoeft geen probleem te zijn; als je er bijvoorbeeld een poortje in maakt, maak je een gebied al een stuk toegankelijker. Of als je een kloostertuin dagelijks een aantal uur openstelt, zorg je er ook al voor dat zo’n plek meer doorwaadbaar en gebruikt wordt.’
Bij Koningsoord in Berkel-Enschot is dat goed gelukt. Het voormalige kloostercomplex is omgebouwd tot seniorenwoningen en appartementen. ‘De kloostertuin daar was heel besloten, maar met een aantal kleine ingrepen is die nu toch openbaar gemaakt. Je voelt nog steeds dat je een drempel over gaat als je die tuin binnenloopt: er zit een muur omheen en je kunt er met de auto niet zomaar binnen rijden, maar de tuin is nu wel voor iedereen toegankelijk’, zegt Moors.
En ook achter de Vredeskerk in Tilburg is de invulling van de tussenruimte geslaagd. In het gebied tussen kerk, pastorie, school en gymzaal en een aantal nieuwgebouwde woningen is het bestaande speelplein tot bloei gekomen. Daar kunnen kinderen van de school én uit de wijk naar hartelust gebruik van maken. ‘Rond dit pleintje stonden vroeger nog allemaal hekwerken, maar vanwege die extra paar ogen vanuit de nieuwe woningen en de school konden die gelukkig worden weggehaald’, zegt Honselaar.
Volgens de ontwerpers is het belangrijk dat aan de tussenruimte in elk geval een functie of meerdere functies worden toegewezen: dat kan een speelplaats voor kinderen zijn, maar ook een plek met picknickbanken of een gezamenlijke barbecue. De tussenruimte wint tevens aan betekenis wanneer die een noodzakelijk karakter heeft: als entree tot de gebouwen rondom, bijvoorbeeld. ‘Je moet vooral niet de mogelijkheid hebben om de ruimte te negeren. Als je stiekem via een ander paadje naar je huis kunt lopen, werkt de ruimte niet. Het is belangrijk dat er een soort sociale dynamiek is’, zegt Honselaar.
De muren staan nog overeind, maar de kloostertuin van Ons Koningsoord in Berkel-Enschot is wel vrij toegankelijk. 📸 Jacqueline Moors en Martijn Honselaar
Het kan daarbij helpen als bewoners een deel van de gemeenschappelijke ruimte privé kunnen gebruiken. Door bijvoorbeeld een bloempot of een bankje neer te zetten, zet je een stap in een deel van de gezamenlijke ruimte en is een contact met medebewoners of gebruikers van die ruimte sneller gelegd. Moors: ‘Op dit soort plekken zijn er allemaal gradaties tussen publiek en privaat: het is niet óf het een óf het ander.’
#### Rekenschap afleggen
Het wordt in elk geval hoog tijd dat architecten en ontwikkelaars hun keuzes gaan verantwoorden. ‘Degene die een gebouw koopt, moet wat ons betreft rekenschap afleggen dat het ooit onderdeel is geweest van een religieus ensemble. Diegene kan zich nog altijd van de tussenruimtes afkeren, maar die moet dan wel goed kunnen motiveren waarom’, vindt Honselaar. ‘Een afspraak daarover kun je gewoon in de bestemmingsplannen opnemen.’
> _De religieuze gebouwen binnen een ensemble praten als het ware met elkaar. Dat gesprek verstomt zodra er één gebouw tussenuit wordt geplukt_
> – Martijn Honselaar, architect
Ontwikkelaars mogen zich volgens het duo bevoorrecht voelen om aan zo’n locatie te werken. ‘Je hebt een mooi, markant gebouw in handen gekregen en je hebt een ruimte eromheen die heel waardevol is. Laat het een uitnodiging zijn voor architecten om echt met een goede propositie te komen.’ En ook gemeenten kunnen een duit in het zakje doen, door bijvoorbeeld te sleutelen aan de parkeernormen of door ‘ruimte voor ontmoeting’ tot prioriteit te maken bij de eerste gesprekken over een plan.
‘Wij vinden het zelf vooral belangrijk om over de mogelijkheden van de tussenruimtes van religieuze ensembles de dialoog te openen. Je kunt het zo zien: de religieuze gebouwen binnen een ensemble praten als het ware met elkaar. Dat gesprek verstomt zodra er één gebouw tussenuit wordt geplukt en individueel wordt ontwikkeld. We hopen dat we dat gesprek weer op gang kunnen brengen.’ En dat de collectieve pleinen van vroeger dus ook de collectieve pleinen van nu kunnen zijn.
_Het pleidooi van Honselaar en Moors is opgenomen in het boek Religieus erfgoed in Tilburg, dat als alternatief voor de kerkenvisie door de gemeente Tilburg is uitgebracht. Naast verhalen, kaarten en foto’s van de religieuze ensembles bevat het boek een bloemlezing van alle kloostercomplexen, kerkgebouwen en wegkruizen in de gemeente Tilburg._
Wil je dat we meer van dit soort verhalen kunnen vertellen? Word fan voor vijf euro per maand, doe een eenmalige donatie of schrijf je in voor onze gratis nieuwsbrief.